Lambieckavond Archief

Peter Hermans

GOUD 2007

De gouden Lambieck ging naar Peter Hermans, Landheer van de Schäöpkes 2006. Peter Hermans wou als Landheer van de Schäöpkes 2006, alles helemaal perfect geregeld hebben en draafde daarin soms wat door. Voor een fotosessie van de Landheer met gevolg, meende Peter wat kleur in zijn gezicht te moeten aanbrengen. Dat kan met ‘bruin zonder zon.’ Dat kan met make-up. En dat kan ook met een gezichtsbruiner. Peter koos voor de laatste optie.

De gezichtsbruiner werd op de tafel gezet en aangezet zonder de gebruiksaanwijzing te lezen. Hoe moeilijk kan het zijn! Had Peter de gebruiksaanwijzing wél gelezen, had hij kunnen weten dat je bij een eerste keer maximaal 3 minuten voor het apparaat mag zitten. Dat je daarnaast een brilletje op moet zetten en dat er een touwtje bij de gezichtsbruiner zit om de afstand tussen jouw gezicht en het apparaat te bepalen.

Maar Peter vond het wel goed en zat zo’n 15 minuten, 30 centimeter voor het apparaat, zonder bril. Het resultaat mocht er zijn… tot de avond begon en Peter klaagde dat zijn gezicht toch akelig warm aanvoelde. Zijn vrouw gaf Peter wat aftersun, maar dat werkte niet. Na een paar uur was Peter’s hoofd zo rood als een kreeft en deed zijn hele gezicht pijn. De volgende dag ging Peter toch maar naar de huisartsenpost want z’n ogen zaten bijna dicht en zijn hoofd was zo rood als een tomaat. Met de zalf van de dokter meende Peter dat er de volgende dag, op de bewuste ‘foto-dag,’ wel foto’s gemaakt konden worden. Maar die dag was de schade, voor zover mogelijk, nog groter: Peter’s ogen zaten volledig dicht, zijn lippen en oren zaten onder de blaren en zelfs het rood was nog roder geworden. Dus weer terug naar de dokter. Diagnose: 2e graads verbrand!

Mart Saes

ZILVER 2007

Mart Saes van boomkwekerij Saes is, samen met zijn vriend Mat van de Kerkhof, fervent paardenliefhebber. Deze liefde heeft ertoe geleid dat Mart en Mat al heel wat jaren naar het paardenevenement van Leeuwarden gaan. Zo ook in het voorjaar van 2006.

De pech was echter dat Mart z’n auto naar de garage moest voor een beurt. Maar dat was geen punt, want Mart kon de auto van zijn zoon Frank lenen. Zoon Frank woont in Nederweert en is vader van twee lieve jonge kinderen. Beide kinderen zitten nog in de luiers en aangezien de Nederweerter bevolking per aangeboden kilo huisvuil moet betalen, en in de wetenschap dat volle luiers zwaar zijn, worden de luiers van de kinderen van zoon Frank verzameld in een grote plastic zak. Eén keer per week worden de luiers gedeponeerd in de bedrijfscontainer van vader Mart.

Toen Frank de dag voorafgaande aan de paardenmarkt, zijn auto naar zijn vader bracht, nam hij heel wat kilo’s aan gevulde luiers mee om deze in de container te gooien, want dat ging in één moeite door. De volgende morgen vertrokken Mart en zijn kameraad voor dag en dauw naar Leeuwarden.

De reis verliep goed. Dat heet qua aantal afgelegde kilometers want qua omgeving en geur verliep de rit een stuk minder. Beiden heren hadden elkaar al een paar keer aangekeken omdat het heel vreemd in de wagen rook en dit gedurende de rit alleen maar erger werd. De geur was nauwelijks te harden, maar uit goed fatsoen spraken de heren elkaar daar niet op aan. Op een gegeven moment werd Mart gebeld door Frank, die zich afvroeg of dat de paardenliefhebbers nog niks hadden geroken.

Frank was namelijk vergeten de luiers uit zijn auto te halen en in de container te gooien. Enigszins opgelucht te weten waar de geur vandaan kwam, reden de mannen verder en zouden er wel een oplossing voor vinden. Maar hoe kom je van zo’n groot pakket af wanneer je op tijd op de plaats van bestemming wilt zijn en de afvalbakken op de tankstations te klein of te vol zijn? Dus met volle luiers doorgereden naar Leeuwarden. Aangekomen in Leeuwarden werd het pakket met luiers onder de wagen neergelegd, want waar moet je ermee naartoe? De heren genoten vervolgens van een prachtige evenement maar zagen geen oplossing voor hun pakket luiers.

Mart, een man van principes, zal nooit een papiertje of kauwgum op straat gooien… Dus zat er niks anders op dan het pakket met luiers in de wagen te leggen en mee terug te nemen richting Weert. Omdat tijdens de terugrit bij tankstations en / of parkeerplaatsen geen vuilnisbak groot genoeg was, werd besloten de luiers mee te nemen naar Weert om ze uiteindelijk in de bedrijfscontainer van Mart te gooien.

Marcel Broens

BRONS 2007

Marcel werkt als vrachtwagenchauffeur bij transportbedrijf Firma Hoefnagels. Sportief als hij is, gaat hij altijd met de fiets naar het werk en zodra hij thuiskomt, plaatst hij zijn fiets tegen een boom naast het huis.

Vroeg in de avond ergens in mei 2006, stond Marcel zijn tuin te snoeien. Zijn broers, die erbij waren zeiden: ‘Marcel, zet die fiets even ergens anders neer anders valt er dadelijk een tak op.’ Maar onder het motto ‘eigenwijs is ook wijs’ liet Marcel zijn fiets staan omdat hij ervan overtuigd was dat er niks kon gebeuren. En u raadt het al: op een gegeven moment viel er een té dikke tak op het voorwiel van de fiets, waardoor geen spaak meer heel en het wiel krom was.

Dus zat er niks anders op dan de fiets te laten maken bij de fietsenmaker, die het wiel voor € 75,00 kon maken. Nadat de fiets gemaakt was, ging Marcel dezelfde week weer met de fiets naar zijn werk. De vrachtwagen van Marcel staat op het terrein en gewoontegetrouw wordt de fiets tegen de vrachtwagen gezet. Daarna pakt Marcel de sleutels van de vrachtwagen, haalt de route op, drinkt een bakje koffie en plaatst, normaliter voor vertrek, dan pas zijn fiets in de daarvoor bestemde stalling.

Maar op de bewuste dag, nadat Marcel zijn kop koffie op had, nog wat had gesproken met collega’s, stapte hij in de vrachtwagen, vulde de papieren in, zwaaide nog naar zijn collega’s, startte en reed. Hij merkte gelijk dat hij over iets heen reed wat flink kraakte. En jawel hoor, het was zijn fiets, of beter gezegd: wat er nog van over was. Een tweede reparatie bij de fietsenmaker had totaal geen zin want door het grove geweld was er niks meer over van zijn fiets. Hartstikke plat en total loss.